Zelfreflectie over het Witboek ‘De eeuw van de stad’ (update 22/01)

Op 11 december 2018 kwamen in Leuven de redacteurs van het Witboek ‘De eeuw van de stad’ (2003), zijnde Linda Boudry, Peter Cabus, Eric Corijn, Filip De Rynck*, Chris Kesteloot en André Loeckx, samen om terug te blikken op ‘hun’ Witboek én de evolutie van het stedenbeleid. De redacteurs zijn nog altijd vooraanstaande figuren in het stedendebat. We vroegen hen welke inzichten uit het Witboek nog actueel zijn en wat op vandaag de stedelijke uitdagingen zijn?


Aanleiding voor het Witboek

Rond de eeuwwisseling gaven een aantal ontwikkelingen de aanzet voor een uitgebreide denkoefening rond het Vlaams stedenbeleid: het postindustrieel patrimonium in de steden, discussies over de compacte stad, structuurplanning, stadsontwerp als nieuwe manier van stedenbouw, de opkomst van private partijen die opportuniteiten zagen en ontwikkelingen in steden zoals Berlijn, Barcelona en Lyon. Daarbij kwam de vaststelling dat de Vlaamse steden onvoldoende waren uitgerust om de uitdagingen die op hen afkwamen het hoofd te bieden.

Na het toewijzen van de bevoegdheid stedenbeleid aan Vlaanderen was er ook in de politieke wereld interesse voor wat er in de steden te gebeuren stond. Dit vond zijn beslag in een ruimer verhaal van “de 21e eeuw zal stedelijk zijn of zal niet zijn”. Het ‘Witboek’ zoals het sindsdien bekend staat, is nog steeds een prominent stuk op de website van de Vlaamse overheid, al zijn de ‘vibes’ errond niet meer dezelfde dan 15 jaar geleden.

Het instrumentarium

“Het Witboek blijft een opmerkelijk boek, met nog steeds actuele inzichten”, dit is een belangrijke vaststelling van de redacteurs. Natuurlijk is er behoefte om zaken aan te scherpen en te actualiseren, maar de oproep voor meer stad en meer stedelijk beleid blijft levend actueel. Ook inhoudelijk zijn er nog heel herkenbare accenten. Het besef dat we de ruimte en de mobiliteit moeten herdenken, dat we de energie- en afvalstromen anders moeten organiseren, dat er meer samen moet worden bestuurd, zijn rode draden die in het Witboek terug te vinden zijn.

De redacteurs maken in hun evaluatie een onderscheid tussen wat er in het Witboek staat en het beleid dat (niet) ontwikkeld is. Het verhaal zat goed, maar heeft maar in beperkte mate vertaling gekend. Een aantal redacteurs vragen zich luidop af of zo’n Wiboek-traject vandaag nog op dezelfde manier tot stand zou kunnen komen. Is er in de huidige context nog ruimte voor zo’n fundamentele reflectie? Het Witboek was niet alleen een boek, het waren ook 15 voorstudies die ter discussie stonden in 14 workshops waaraan ongeveer 1000 mensen participeerden en 12 stadsdebatten met een kleine 2000 deelnemers en georganiseerd in de steden eens het Witboek

Het intensief proces dat zich spreidde over drie jaar, zorgde in de steden voor een draagvlak en gedeeld begrip. De ‘geest’ van het Witboek is nog sterk herkenbaar in de huidige instrumenten van het stedenbeleid. Vanuit het Witboek kristalliseerden zich bijvoorbeeld de stadsvernieuwingsprojecten, de stadsmonitor en de Slim in de Stad-prijs. Ook enkele redacteurs bleven betrokken.


” Op het terrein van stedenbouw lag een “window of opportunity” klaar dat uiteindelijk ook is doorgebroken ”

De erfenis en doorwerking van het Witboek is vooral ruimtelijk van aard. Op het terrein van stedenbouw lag een “window of opportunity” klaar dat uiteindelijk ook is doorgebroken. De stadsvernieuwings-projecten hebben er (mede) voor gezorgd dat de middenklasse de weg naar de stad terugvond, dat functies in steden elkaar gingen versterken en dat participatie in verschillende vormen in het stedelijk beleid werd ingebracht. De integrale benadering heeft in de steden gezorgd voor de opbouw van heel wat strategische kennis.

Het ontbreken van een ‘transformator’

Wat is de oorzaak dat bepaalde doorbraken of omslagen er niet zijn gekomen? In het Witboek stonden bijvoorbeeld ook principes als horizontale samenwerking en (economisch) stedelijke coalities opgenomen. De redacteurs geven aan dat er een soort van “transformator” ontbrak voor een aantal beleidslijnen uit het Witboek.

” … een soort van “transformator” ontbrak … ”

Bijgevolg komt het er vandaag op aan om meer accent te leggen op de hoe-vraag, dan op de wat-vraag. Hoe slaag je er in om de beoogde veranderingen een structureel karakter te geven? Zo kom je ook uit op een aantal meer principiële en structurele hinderpalen: het gebrek aan consequente keuzen in het beleid voor de steden, de beperkte capaciteit bij stedelijke besturen en de verkokering in de stedelijke en Vlaamse bestuurslaag.

Zelfbewuste steden

We bevinden ons nu in een nieuwe context: 20 jaar geleden zaten de steden in het verliezende kamp, op vandaag is er een sterker zelfbewustzijn bij de steden. Maar de inzet blijft aanwezig. In het stedelijk denken is er de afgelopen geen echte kanteling geweest volgens de redacteurs. Er bestaat een anti-stedelijke traditie waarbij de middenklasse voornamelijk gebruikers zijn van de stad, maar geen bewoners van de stad (en dus stemmen ze er niet). Het beeld van de rasterstad was in dat opzicht een compromis tussen de compacte metropool en de Vlaamse sprawl.

De metropolitane gedachte is in Vlaanderen moeilijk te verkopen. Zeker in het ruimtelijk beleid is er grote aarzeling om voluit voor stedelijkheid te gaan. Tussen het groenboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (2012) en het uiteindelijke BRV van vorig jaar is het ‘metropolitane gedachtengoed’ dat in het eerste stuk nog sterk aanwezig was (en geïnspireerd op het Witboek stedenbeleid) zo goed als verdwenen.

Hoe ziet de toekomst eruit?

De inzichten uit het Witboek zijn voor een deel nog actueel, maar moeten op andere plaatsen worden aangevuld of herdacht. Zo staat bijvoorbeeld de impact van de klimaatverandering op het stedelijk weefsel, zowel sociaal als ruimtelijk, sterker op de agenda. Ook de superdiversiteit, het re-introduceren van de nieuwe maakindustrie in de stad en co-creatie verdienen meer aandacht. Ook op bestuurlijk vlak is een herijking nodig, omwille van schaalontwikkelingen (fusies van gemeenten, het (stads)regionale verhaal) en de nood voor meer coördinatie tussen de steden en het Vlaamse niveau.

De tijdsgeest lijkt volgens sommigen conservatiever. Anderzijds, wordt er van alles geprobeerd om uit de bestaande systemen te breken, vaak nog op kleinschalig en versplinterd casuïstiek niveau. Een voorbeeld hiervan is het veld van architectuur en stedenbouw dat begin deze eeuw is opengebroken. Een interessante evolutie is het ontwikkelen van geleidelijke trajecten en projecten rond tijdelijk gebruik waarbij stadsmakers draagvlak al doende opbouwen in plaats van alles onmiddellijk vol te plannen.

Het stedelijk beleid moet oog hebben voor de verschuivingen in zowel de publieke, de civiele als de private sector en de rol die de “quadruple helix” daarin kan spelen. In Vlaanderen is er financieel weinig ruimte om te investeren. Moet de overheid altijd de regierol in handen hebben? De redacteurs denken van niet maar op dit vlak zijn er nog te weinig toonbeelden.

Prioriteiten

Tenslotte werden een aantal prioriteiten benoemd: herverdeling (die ruimtelijk beperkt is: toegankelijkheid, betaalbaar wonen, collectiviteitswinsten, publieke infrastructuur), klimaat (die niet altijd naadloos past op andere prioriteiten), verdieping van de democratie (kijk naar de spanning tussen participatieve en representatieve democratie) en de identiteitskwestie (zich uitgesloten voelen, vernieuwd burgerschap, …).

Een boeiende insteek voor de reflectie rond een vernieuwd Vlaams stedenbeleid. Wordt vervolgd.

U kan het Witboek raadplegen op de website van het Team stedenbeleid.

*Filip De Rynck kon er wegens ziekte niet bij zijn. Hij is als expert betrokken in dit project.